De doop – opnieuw belicht vanuit de 1 Petrus-brief

De doop is een wonderlijk gebeuren. We dopen al 2000 jaar maar het lijkt of we er nooit helemaal goed grip op krijgen – voor velen heeft de doop dan ook iets mysterieus. De kerk heeft door de jaren heen uiteraard een grote rol gespeeld in het duiden van de betekenis en de bedoeling van de doop. Vanaf 200 na Christus kunnen we aardig goed nagaan hoe de kerk de doop heeft gezien. Ook toen al was de kerk verdeeld over de vraag of de doop bedoeld was voor zuigelingen of volwassenen. Toch was men het er wel over eens dat je door de doop bij de kerk ging horen en daarnaast dat de doop een bepaalde belofte voor de toekomst in zich droeg. Wat die belofte precies inhield was telkens weer het onderwerp van de discussie die ook nu nog wordt gevoerd tussen Katholieken, Gereformeerden en Baptisten/Evangelischen: is dat vergeving van erfzonde, de belofte van het kindschap Gods en het eeuwige leven, de wedergeboorte, de Heilige Geest of de gave van spreken in tongen?

 

Toch maakt ‘het ergens bijhoren’, en ‘de verwachting dat de doop iets geeft’, dat er voor velen een zekere aantrekkingskracht van de doop uitgaat: veel mensen verlangen er naar om bij een gemeenschap te horen die echt is, waar ze zich thuis voelen en op terug kunnen vallen. Maar ook om vervolgens iets te ontvangen waar je ten diepste naar verlangt en wat op een andere manier niet verkrijgbaar lijkt te zijn. Zo verlangen veel gelovigen naar een diepere beleving van God in hun leven; ze zijn misschien al jaren trouw kerkganger maar missen het vuur, de eerste liefde, de blijdschap, de kracht en de moed om dit leven met God te leven en dan is de doop voor hen het middel dat ze aangrijpen. Voor ouders van pasgeboren kinderen geldt ook dat ze hun kinderen diezelfde waarheid en zekerheid van Gods Woord gunnen voor hun leven. De overtuiging dat de kinderdoop hiervoor is gegeven, is dan reden genoeg om de doop te laten bedienen. Verlangen en verwachting spelen dus een grote rol bij de vraag naar de doop. Maar het kan makkelijk een teleurstelling worden als het allemaal anders blijkt uit te pakken dan we dachten. Uiteraard zijn er ook altijd mensen die zich alleen uit gewoonte of traditie laten dopen, zonder geloof, verlangen en verwachting, en die zullen dan ook minder vragen hebben.

 

Nu is het verassend, en voor velen misschien ook wel wat schokkend, om te zien hoe Petrus in zijn eerste brief de doop aanhaalt en omschrijft in 1 Petrus 3:21. Ook daar spelen het deel uitmaken van de gemeente en hoop voor de toekomst een belangrijke rol. Maar het opvallende is dat hij de doop aanhaalt terwijl hij het heeft over lijden en sterven voor God en het oordeel over de zonde dat gaat komen, en dán de doop uitlegt als ‘redding’ en als ‘een vraag aan God om een goed geweten’. We weten dat Jezus’ naam ‘redder’ betekent. Nu gaat het erom dat we Petrus’ bedoeling van die ‘reddingsdoop’ gaan begrijpen; de centrale vraag is dan: waar moet ik van gered worden en hoe gaat dat dan in zijn werk? Of, met andere woorden, we kunnen de vraag stellen wat de doop nu eigenlijk uitbeeldt en wat voor uitwerking de doop heeft volgens Petrus. We zullen zien dat de doop beslist geen wondermiddel is, helaas voor velen! Maar toch wil God er grote dingen door tot stand brengen. Deze cursus helpt u om de bijbelse doop beter te begrijpen en meer zicht te krijgen op de geschiedenis en traditie van de (kinder- en volwassen-)doop.

 

  Klik hier om contact op te nemen voor meer informatie of het maken van afspraken.